Beroeps of vrijwilliger?

Het gebeurt nog al eens dat mensen die hun werkame leven bewust achter zich lieten, niettemin als beroepsvrijwilliger door het leven gaan. Onze samenleving is op een merkwaardige manier ingedeeld. Veel maatschappelijke arbeid gebeurt in grote gebouwen door vergaderende mensen die aan het eind van de maand allemaal een mooi salaris op hun bankrekening bijgeschreven krijgen. Evenzoveel werk echter vindt plaats in verborgen hoeken en op simpele locaties door vrijwilligers.

In het ziekenhuis krijg je je tabletten en je schone lakendownload.jpgs uitgereikt door een beroepskracht maar het boterhammetje wordt je 's avonds toegestopt door vrijwilligers. Door onze samenleving loopt een onofficiële scheidslijn die bepaalt dat iemand die een mooie lezing kan houden over een cultureel onderwerp dat op de universiteit doet tegen een volwassen salaris, terwijl vrijwel het zelfde bij de Vrouwenbond gebeurt in ruil voor een boekenbon.

Het overgrote deel van de mensheid schijnt hier niet zo mee te zitten. Vrijwilligerswerk wordt soms echter zo hoog aangeslagen dat er wel eens onedele kruisbestuiving plaatsvindt. Dingen gaan verkeerd als het werk dat door beroepskrachten zou moeten worden gedaan, ál te makkelijk door vrijwilligers wordt opgepakt. Er is niets tegen dat een chirurg wel eens een partijtje saxofoon speelt maar iedere saxofonist is nog niet in staat om een patiënt te opereren. Soms lonkt de verleiding om professionele arbeid voor het gemak door goedwillende vrijwilligers te laten opknappen waardoor het gevaar van hobbyisme dreigt.

In de jaren dat ik bestuurslid was van een aantal organisaties binnen zowel de beiaardcultuur als de orgelkunst, werd ik regelmatig met dit spanningsveld geconfronteerd. Duidelijk is dat geen enkele kunstvorm het zonder liefhebbers kan stellen, daar staat tegenover dat muziekmaken bij lang niet iedereen alleen maar uit liefhebberij gebeurt. Muziekmaken op professioneel niveau is een vak.

In mijn bestuurswerk probeerde ik altijd  recht te doen aan beide partijen. Musici zouden zich best wat meer af mogen vragen voor wie zij eigenlijk spelen, de samenleving daarentegen moet zich realiseren dat een cellist in een orkest, net zoals een ambtenaar of een loodgieter, iedere dag in staat  moet zijn om zonder roodstaan zijn mandje boodschappen te kunnen kopen en zijn hypotheek af te lossen. Daarbij kun je dus niet volstaan met een bos bloemen of een fles wijn. Nog maar al te vaak blijkt dat dit idee zelfs tot redelijke intelligente mensen niet is doorgedrongen.