Tram

Datum: donderdag 25 maart 2021

Toen ik onlangs eens mocht bijschuiven aan een etentje waaraan ook nogal wat buitenlanders deelnamen, kreeg ik een plaatsje naast een aardige jongeman, met wie het behalve goed smikkelen ook gezellig praten bleek te zijn. Pas toen we al een heel tijdje aan het kletsen waren stelde hij zich voor als de meereizende tolk van een Russisch koor dat op dat moment een uitwisseling met een Haags gezelschap had. De man bleek niet alleen perfect onze taal te beheersen maar was daarnaast in staat om moeiteloos deel te nemen aan een gesprek over een aantal typisch Nederlandse onderwerpen. Uit het feit dat hij ook de goede vragen stelde maakte ik op dat hij de situatie volkomen meester was.

Ik heb diepe bewondering voor mensen die zich onze ingewikkelde manier van converseren eigen hebben kunnen maken. In mijn zaak heb ik vaak mensen met allerlei taalproblemen over de vloer gehad. Tragisch waren de Marokkaanse vrouwen, soms al twintig jaar in ons land, die nog steeds geen woord Hollands over hun lippen kregen. Het isolement waarin zij komen te zitten als hun partner ooit eens wegvalt, moet niet te overzien zijn. Overigens is de bereidheid om onze taal te leren ook bij Engelsen en Amerikanen zeer matig. Omdat wij Nederlanders bij het eerste woordje Engels dat wij horen altijd meteen op die taal overschakelen, is het gevolg daarvan dat de animo om onze taal te gaan leren niet bijster groot is. Meestal doen zij zich zelf dan te kort want driekwart van de cultuur van een land ontgaat je als je de taal niet spreekt. In Holland woonachtige buitenlanders uit de Balkan scoren heel verschillend. Sommigen zien kans om niet alleen accentloos te spreken maar ook volledig de gecompliceerde grammatica te beheersen, anderen verraden bij hun tweede woord al dat zij van verre komen. Toch slik ik mijn kritiek op gebrekkig Hollands sprekende buitenlanders altijd zo veel mogelijk in. Want wie oordeelt mij als ik me in mijn beste Frans bij de balie van een Parijs hotel aanmeld? Aan de oogopslag van een ooit door mij aangesproken receptioniste te oordelen moet mijn Frans verdacht veel lijken op een vreselijk spraakgebrek.

Taalproblemen worden nog een stuk ingewikkelder als we het Haags er ook nog in gaan betrekken. Wie van de Haagse fonetiek nog weinig begrepen heeft is de juffrouw die ons via een bandje in sommige trams de volgende haltes aankondigt. Toegegeven, het ongearticuleerde gebrouw waarmee een gemiddelde trambestuurder de stopplaatsen omroept, is ook niet alles. Maar een beetje Hagenaar kijkt verbaasd op als hij in lijn 2 een suikerzoet stemmetje gedistingeerd "Bròuwersgracht" hoort roepen terwijl ze de "Begouwersgràch" bedoelt. Haar schijnt nog niet bijgebracht te zijn dat "Vàlkenboslaan", "Valkenboslààn" hoort te zijn en dat je niet "Wésteinde-Ziekenhuis" zegt maar "Westéinde-Ziekenhuis. Er zijn nogal wat Haagse straatnamen te bedenken die nu eenmaal niet volgens de regels van het algemeen beschaafd nederlands uitgesproken worden Daarom moet je omroepen door beroepshagenaars laten doen. Een stad die zijn eigen literatuur ontwikkelt en zelf dictees organiseert zou in de tram niet achter mogen blijven. Hier ligt een mooie opdracht voor Sjaak Bral.