Paasmuis

Datum: zondag 27 maart 2016

Er heerste al dagen spanning in huize Lemckert. Spanning die enerzijds werkt veroorzaakt door de het gerechtvaardigde verlangen om met Pasen het huis geheel op orde te hebben, (een goede gewoonte nietwaar?) en de dreiging anderzijds dat door een buitennatuurlijk ingrijpen deze gewenste situatie niet bereikt zou worden. Wat was er aan de hand?

Werkelijk heel ons huis was met bezemen gekeerd. Onze kennis  van het oude Jodendom mag hier en daar wat weggezakt zijn, maar wat we nog wel weten is dat een Jood het Pascha niet viert zonder zijn huis grondig gereinigd te hebben. Voeg daarbij de ons van huis uit meegegeven ideeën over voorjaarsschoonmaak en de drang is verklaard om onze opstallen spic en span naar Pasen te loodsen. Er dreigde echter één verschrikkelijk obstakel en dat was dat in bepaalde delen van onze frisse en geheel gestofzuigde woonkamer een onmiskenbare lijklucht hing. Nu kost de constatering van zoiets altijd al wat tijd. Marian ruikt zoiets bij ons altijd het eerst maar verbeeldt nog een dag dat ze zich vergist. Dan word ik er bijgehaald. Mijn enigszins gedenegereerde neusorgaan draagt echter niet bij aan een snelle oplossing van de zaak, dus wordt de stank nog een tijdje weggewuifd. Wél gaan 's nachts de ventilatieluiken en overdag de ramen een tijdje open. Dat levert wat koude voeten, waaiende vitrages én een dag lang de illussie op dat het allemaal wel mee gaat vallen. Tot op de dag vóór Pasen onze stofzuiger weer uit de kast wordt gehaald. De aanval is gericht op onze convectorput (waarin een in de grond verzonken CV-radiator) die we ooit in onze uitbouw hebben laten bouwen. Met de stofzuiger verwijderen we al het spinrag en een paar gemorste cashewnootjes maar ook deze operatie zet geen zoden aan de dijk en verlost ons niet van de stank die nu zelfs tot mijn neus is doorgedrongen. De zaterdag verloopt in somberte en doet zijn liturgische naam eer aan door het heikele onderwerp -zonder succes overigens-te verzwijgen. Pas op Paasmorgen breekt het licht door. Wederom wordt de convectorput blootgelegd en met behulp van nieuw materiaal de installatie aan een miniscuul heronderzoek onderworpen. En daar ontdekken we de boosdoener: een muis -arm beest- die zich heeft klemgewerkt tussen de ribben van de warmtebron en de convectorwand. Het beest moet een vreselijke dood gestorven zijn. De toestand van ontbinding was nog lang niet voltooid, vandaar de onaangemamde odeur die de overledene verspreidde. Met een scherp voorwerp hebben we de resten van het dier losgepeuterd en aan de asbak toevertrouwd. Nu kan Pasen bij ons pas goed beginnen.