Crisis in de Kerk

Datum: vrijdag 02 augustus 2013


Al decennia lang proberen godgeleerden mij aan het verstand te brengen dat er een crisis gaande is binnen de Kerk, die hoofdletter schrijf ik maar om het een beetje algemeen te houden. Zo zou je het inderdaad kunnen noemen: al enkele generaties lang weten we niet  precies meer hoe we ons moeten opstellen ten opzichte van het instituut dat er al twintig eeuwfeesten op heeft zitten. Sommige stromingen zoeken het -voor zolang dat nog gaat- in de bijbel van kaft tot kaft, andere groepen zoeken de knusheid van de evangelicalen op maar de massa wendt ongeïnteresseerd het hoofd af en gaat paardrijden of broodjes bakken op zondagmorgen. De nieuwste vondst is op het ogenblik om de enorme terugloop van de Kerk te koppelen aan de huidige economische crisis. De financiële malaise zou er de oorzaak van zijn dat kerken nu moeten sluiten en pastorale zorg moet worden teruggebracht. Ik geloof daar geen bliksem van.


Reeds sinds het vuur gedoofd is van hetgeen rond de vorige eeuwwisseling leidde tot een nieuw kerkelijk elan is het huilen met de pet op. Een wereldwijde beweging van geestelijke opwekking (vanuit Amerika en Engeland overgewaaid) gevoed door een soortgelijke bewustwording van de lagere sociale klassen heeft ons land bijna een eeuw lang geestelijk geïnjecteerd. De kerk zocht en vond het in oplevingen zoals de Doleantie, daarnaast waren er allerlei missionaire activiteiten in kleiner verband, denk maar eens aan het werk van Johan de Heer. Toen ook de 'kleine luyden' er in materieel opzicht beter voor kwamen te staan ebde langzaam het gevoel weg dat Abram Kuyper er met zoveel overtuiging ingebracht had. Natuurlijk banjer ik nu met zevenmijlslaarzen door de kerkelijke historie heen maar het gaat me nu even om de grote lijnen.


In de tijd dat ik als klein kind twee maal per zondag de Gereformeerde Kerk aan de Leyweg in Loosduinen bezocht (ik heb het over het begin van de jaren vijftig) zat de generatie die we nu op het ogenblik naar het graf aan het brengen zijn al te keten op de galerij. De goede niet te na gesproken zaten ze lol te trappen omdat ook in die tijd al de boodschap volkomen langs hen heen ging. Weliswaar zijn velen van hen later keurig ouderling of misschien nog wel dominee geworden maar feit is dat zij en hun tijdgenoten in hun persoonlijk leven toen al geen raad meer wisten met de boodschap die daar verkondigd werd. Onder invloed van de destijds verzuilde maatschappij met de daaraan gekoppelde sociale controle hebben de wekelijkse kerkgang en het rond de kerk florerende verenigingsleven nog jaren lang aan een zekere bloei bijgedragen maar deze werd meer gevoed door sociale- dan door geestelijke motieven.
Onder invloed van een radicaal veranderende maatschappij en sinds de ontdekking van de wereld over de rand van de kerkelijke grenzen heen weet de huidige generatie echt niet wat ze met het instituut aan moet, ook al zouden ze dat misschien best  heel graag willen. Het grote misverstand is mijns inziens dat hen de teloorgang van de Kerk in de schoenen wordt geschoven terwijl ze eigenlijk bij opa moeten zijn.
Overigens dient zich de onaardige maar rechtvaardige vraag aan of u en ik nog zouden willen leven onder het kerkelijk regime dat het aan het begin van de vorige eeuw het voor het zeggen had.
Al met al ben ik met vele anderen bedroefd om het feit dat een instituut dat eeuwenlang mensen inspiratie en troost heeft gegeven op termijn lijkt te verdwijnen. Je moet daarvan echter niet de schuld neerleggen bij mensen die maar een facet hebben meegemaakt van de ontwikkeling die hiertoe leidde. En met de economische crisis heeft het al helemaal niets te maken.