Ruiken

Datum: woensdag 18 januari 2012

In deze tijd van het jaar gebeurt het nogal eens dat mensen door griep of verkoudheid een tijdje hun reuk en smaak kwijtraken, een telkens weer verras-sende aandoening die veroorzaakt wordt door uitschakeling van de voor dat doel geschapen zenuwen die zich ergens boven in de neusholte bevinden. Zo'n kwaaltje is allerminst iets om trots op te zijn. Pas als je niets meer ruikt of proeft besef je hoe deze zintuigen onderdeel uitmaken van het dagelijks gevoel van welzijn. Buiten dat het gevaarlijk kan zijn (letterlijk geen gevaar meer ruiken) ontneemt het een hoop plezier bij het dagelijks tot je nemen van je voedsel. Zeker als je gewend bent om iedere dag van je maaltijden een sfeervol moment te maken betekent het dat je op dit punt moet inleveren.
Nu doet zich een eigenaardig verschijnsel voor. Zelfs op momenten dat je bij het tandenpoetsen absoluut niet kunt ruiken of de tandpasta naar pepermunt of naar pepernoten ruikt, blijkt de handeling tóch het gebruikelijke gevoel van frisheid op te leveren. Dat komt óf omdat de tandpasta buiten de smaak om ook op andere manieren in staat is om een gevoel van frisheid af te geven, óf het komt omdat wij de smaak van die pasta zo goed in onze hersens hebben opgeslagen dat we ons verbeelden die smaak in onze mond te hebben. Ik heb het niet uitgeprobeerd maar ik weet zeker  dat het omgekeerd ook onmogelijk zal zijn om je tanden met mosterd te gaan poetsen zelfs al is je reuk en smaak volkomen buiten werking op dat moment. Het schijnt dat suggestie en verbeelding twee belangrijke eigenschappen zijn die jou in zo'n lastige tijd erdoor helpen.

Ondanks dat mijn smaak op het ogenblik volkomen weg is, schep ik daarom met een zeker genoegen mijn aardappeltjes en mijn groenten op. Objectief neem ik niets waar van de bekoring die reuk en smaak mij doorgaans geven, subjectief verbeeld ik me dat het me nog smaakt ook. Het schijnt dat het decorum van de maaltijd, de vorm, de structuur, de temperatuur van het voedsel én de herinnering aan alle vorige keren dat ik zo'n maaltijd gebruikte, voldoende zijn om me vrijwel het gevoel te geven dat ik onder normale omstandigheden aan het eten ben. Ik kan het zelfs niet laten om er nog een glaasje wijn bij leeg te lebberen. De smaak daarvan moet ik vanaf grote afstand opdiepen maar kennelijk spreekt de invloed van de alcohol hier ook een woordje mee. Uit de tijd dat ik nog rookte herinner ik me dat ik betrekkelijk kort na een griep al weer naar een sigaret greep. Dat smaakte doorgaans smerig maar kennelijk kon je lichaam toch niet zonder die nicotine.
Gelukkig hoeft zo'n smaak- en reukloze periode nooit zo lang te duren. Op het moment dat je het vlees weer kunt ruiken en je de zoete geur van kokende peertjes met kaneel weer kunt opsnuiven, mag je jezelf een bevoorrecht mens noemen. Al onze zintuigen, geen enkele uitgezonderd, dragen  bij aan ons gevoel van welbehagen. We kijken uit naar het moment dat alles het weer doet.