Koopavond

Datum: vrijdag 31 juli 2009

Mijn goede neef Wim stond bekend als een vooruitstrevende jongen. Ofschoon zijn supermarkt buiten de stadskern gesitueerd lag, was hij dag in, dag uit met veranderingen in zijn zaak bezig en toonde zich daardoor een innoverend ondernemer. Reeds als knaap ontwikkelde hij revolutionaire ideeën, hield Amerikaanse verkopingen en sloeg elk jaar wel een paar muren weg. Omdat er in hem een Willy Wortel schuilde, bouwde hij eigenhandig goederenliften (die naderhand vanwege doodsgevaar ook weer afgebroken moesten worden) en pleegde zelf het onderhoud aan zijn koelingen. Wim had een frisse supermarkt en hield met bewonderenswaardige vooruitstrevendheid de buurt wakker. Nu kan zo'n voorlopersmentaliteit ook wel eens problemen veroorzaken. Dat getuigt wel het vervolg van deze story.
Omdat elke gek zijn gebrek heeft waren ook Wim sommige menselijke tekortkomingen niet vreemd. Zijn probleem was zijn slordigheid. Dus liet hij tallozen waarmee hij ooit had afgesproken wachten omdat hij het totaal vergeten was. Hij verloor altijd geld omdat hij dat niet goed opborg en natuurlijk was Wim ook altijd zijn sleutels kwijt. Op een avond zou aan de kwalificaties van deze verstrooide man weer een nieuwe heldendaad toegevoegd worden. Het was nog in de tijd dat de koopavond in opkomst was. Her en der begonnen bedrijven, het grootwinkelbedrijf voorop, bij wijze van experiment de deuren op donderdagavond open te doen. Wim wist natuurlijk wel van die ontwikkeling doch lag op die donderdagavond eigenlijk liever onder zijn auto te sleutelen. Zo ook die bewuste keer dat zich schuchter een aantal mensen bij zijn winkel vervoegde, de deur opende en aan het inkopen sloeg. Het was nog wat donker, maar dat kwam wel meer voor. De baas zou wel weer met één of andere verbouwing bezig zijn. Eigenaardig dat bij de groentenafdeling nog geen bediening was. Enfin, ook dát gebeurde wel vaker dus gewillige wijfjes pakten zelf hun krop sla en de aardappelen bij elkaar en togen naar de kassa. U begrijpt het vervolg. Ook daar geen levend wezen te bekennen. De zaak bleef, op het geroezemoes van de winkelende klanten na, een stiltecentrum. Een stilte die alleen onderbroken werd door het gezoem van koelmotoren en het steeds luider wordende gemopper van een groeiende rij wachtenden. Tòtdat iemand het vermoeden kreeg dat er misschien wel iets mis was. Met enige koelbloedigheid werd de veldwachter erbij gesleept die gelukkig op het briljante idee kwam om Wim thuis maar eens te bellen. En ja hoor, de directeur lag met een stel poetsdoeken in de kontzak en een moerklem tussen de tanden zijn bolide te repareren. Mijnheer was überhaupt niet voornemens geweest zijn bedrijf open te doen doch was eenvoudig vergeten de voordeur af te sluiten. De historie verhaalt niet of die koopavond er daarna wél gekomen is!