Departures

Datum: dinsdag 28 juli 2009

In mijn hoedanigheid als kerkorganist maak ik veel rouwdiensten mee. Daarbij doe je veel verschillende ervaringen op. Soms zijn het kille, kikkerachtige bijeenkomsten waarbij je voelt dat de achtergeblevenen al lang geen raad meer met ‘oma' wisten maar gelukkig komt het vaker voor dat je vanaf de orgelbank het verdriet meevoelt dat de familie heeft nu ze hun geliefde moeten achterlaten. Bij vrijwel iedere plechtigheid waar sprekers aan de orde zijn (en dat komt veel voor) constateer je dat dezen zich daarop niet goed hebben voorbereid. Het gevolg is dat veel goedbedoelde gedachtenis woorden elkaar in tekst overlappen, vaak onverstaanbaar zijn of eindigen in veel gesnik en tranen. Spreken in het openbaar wordt nog al eens onderschat, zelden neemt men de moeite om van te voren wat te oefenen zodat op het moment suprême de onwennigheid is overwonnen.

Uiteraard heb je bij deze plechtigheden te maken met uitvaartondernemers. Ook daaronder is veel verschil. Er zijn er die op een eerbiedige maar smaakvolle manier hun werk doen maar niet alle ondernemingen blinken uit in fijnzinnigheid. Van een uitvaartleider mag verwacht worden dat organisatorisch alles onberispelijk loopt en mag tevens enige affiniteit met het christelijke ritueel verondersteld worden. Aan al deze dingen ontbreekt het nog al eens. Het komt veel te vaak voor dat rouwdiensten verstoord worden door ordinaire missers. De teksten op het liturgieblad kloppen niet, er staat muziek op vermeld die men niet aan de organist heeft doorgegeven of de stoet is te laat. Er zijn honderden dingen die in zo'n half uur fout kunnen gaan. Soms kan men dat niemand verwijten maar het komt te vaak voor dat je merkt dat de betreffende uitvaartleider er gewoon zijn hoofd niet heeft bij gehad. Ronduit gênant is het feestje dat dragers doorgaans bouwen tijdens de plechtigheid in een naastgelegen zaaltje. De tijd wordt daar meestal koffiedrinkend en sigaren rokend doorgebracht terwijl men elkaar de nieuwste moppen vertelt. Soms moet er aan het eind van de dienst nog minutenlang op hen gewacht worden omdat ze hun hoed niet konden vinden of omdat de as nog van hun broekspijpen geveegd moest worden.

Ik kom hier op na het zien van de film ‘Departures' met hoofdrolspeler Masakiro Motoki in het Haags Filmhuis. Het is een Japanse film over een jonge cellist uit Tokio die werkloos wordt omdat het orkest waarin hij speelt wordt opgeheven. Hij keert terug naar de omgeving waarin hij is opgegroeid en komt -eigenlijk door een misverstand- terecht bij een bedrijf dat zich bezig houdt met het begeleiden van 's mensen laatste reis (zoals dat in de film eufemistisch genoemd wordt). Na eerst een aantal schokkende ervaringen als dodenbegeleider te hebben overleefd krijgt hij langzamerhand schik in het vak. De prachtige rituelen die Japanners kennen bij het afscheid nemen van hun doden, gaan hem boeien. Het script is te uitgebreid om hier verteld te worden maar in het ontroerende verhaal lukt het hem om de reserves die zijn jonge echtgenote aanvankelijk heeft, weg te nemen en om met zijn overleden vader in het reine te komen, ondanks dat deze hem en zijn moeder al tijdens zijn kinderjaren heeft verlaten. Als rode draad door het verhaalt loopt de eerbied voor de Japanse rituelen die het verdriet van de achtergeblevenen iets moeten verlichten. Een fantastische film die intussen een prachtig beeld schetst van de Japanse cultuur in een eenvoudige omgeving. Aanrader!