Vakantie

Datum: maandag 27 juli 2009

In het dagblad Trouw heeft onlangs de predikant Hans Bouma nogal wat stof doen opwaaien door in een ingezonden stuk kritiek te hebben op de generatie baby boomers die massaal aan het reizen zijn geslagen. Hij interpreteerde de enorme drang van jonge ouderen om alle werelddelen te doorkruisen als (ik zeg het in mijn eigen woorden) een soort vluchtgedrag, een poging om de nabije dood te ontlopen. Dat zijn krasse woorden en daar is dan ook het nodige commentaar op gekomen. De meeste mensen vinden dat ze op oudere leeftijd best eens een reisje verdiend hebben, medestanders van Bouma daarentegen pleiten voor een ingetogener manier om met de vrijkomende tijd om te gaan.
Er valt best wat voor te zeggen om eens kritisch te kijken naar de uitstulpende gewoonte om als maar verre en lange reizen te maken. Ikzelf heb er een aantal redenen voor om dat niet te doen. Eén van die redenen is dat ik nu al zeker weet dat mijn leven veel te kort zal zijn om zelfs maar één procent van de eigen Europese cultuur op te snuiven. Wat zal ik daarom in Azië achter een slecht verstaanbare gids aan gaan lopen rennen, wetende dat hij mij slechts langs Marken en Volendam leidt? Een éénmaal opgedane ervaring rond de koningsgraven in Egypte doet mij nog steeds huiveren. Telkens als ik langs het Vredespaleis rijd en daar de touringcars met Japanners zie stoppen om een paar foto's te schieten, wordt mijn vermoeden weer bevestigd dat dit soort trips slechts een stapel oppervlakkigheden oplevert en honderden kiekjes die daarna nooit meer bekeken worden. Met een zekere argwaan sla ik dan ook iedere week de pagina's van mijn krant over waarop reisbureaus op alle mogelijke manieren hun reizen probeer te slijten en constateer ik hoofdschuddend dat alle kommer en kwel van deze tijd toch kennelijk niet in staat is deze uitgeschoten tak van industrie enigszins in te dammen.
Daar staat tegenover dat verandering van omgeving een weldaad is voor de menselijke geest. Weinigen ontkomen aan een zekere sleur in hun leven, een afstomping die zo nu en dan teniet kan worden gedaan door eens een paar dagen onder een aantal andere bomen te gaan lopen. In tegenstelling met de generaties vóór ons, is dit voor ons, éénentwintigste-eeuwers, een vast onderdeel van ons bestaan geworden. Maar hoeveel van de honderden vakanties die een zestiger bij zich draagt worden nog echt herinnerd? Voor mij een teken dat het meest waardevolle van vakantievieren niet zit in de prachtige doorkijkjes of de beklommen bergen maar in het komen tot een toestand waarin ziel en lichaam op evenwichtige manier tot rust komen. Die bereik je niet door halve dagen op een vliegtuig te staan wachten of door urenlang in een file te staan. Aan zo'n vakantie gaat vaak een kritische behandeling van je agenda en een forse schoonmaak van je bureau vooraf. Natuurlijk kan de schoonheid van de hei, een prachtige wandeling of het comfort van een prettig hotel er vervolgens veel aan bijdragen dat je daarna echt tot rust komt. Voor mij is die rust volop verkrijgbaar in de Ardennen, tijdens een reisje naar Engeland of desnoods op een mooie camping op Ameland. Ik gun ieder echter die zijn ontspanning liever op de Filippijnen zoekt alle geluk van de wereld.