Gereformeerd

Datum: donderdag 27 november 2008

Het schijnt tegenwoordig wel chique te staan als je kunt zeggen dat je van gereformeerde afkomst bent. Met spoortjes ressentiment in de ogen belijden ex-gelovigen je dat ze vroeger daar en daar kerkten bij die en die dominee. Meestal volgt er dan nog wat achterklap en een waarde-oordeel over het functioneren van hun wijkkerk in de jaren vijftig. Alsof er daarna niets meer veranderd is.
Ook Trouw, mijn lijfblad, had deze week een rubriek aan dit verschijnsel gewijd: In de politiek lopen nogal wat ex-gereformeerden rond, staatssecretaris Cees van der Laan en aankomend idem Jetta Klijnsma zijn de meest verse exemplaren van dit soort oud-gelovigen. Niemand breekt zich al meer het hoofd over de vraag waarom die lui van meelevend nu toch tot ex verworden zijn want ‘gereformeerd zijn' is een gemoedstoestand die àchter je hoort te liggen. Schijnbaar bestaan de honderdtwintigduizend mensen die zich vóór de kerkfusie als lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland beschouwden, niet meer.
Natuurlijk weten we allemaal wel hoe dat komt, Nederland seculariseert zich suf. Je moet ontzettende moeite doen om nog een paar lui uit je gereformeerde jeugd voor je te halen van wie je hoopt dat ze er nog iets aan doen. Het is not done om te geloven, de meeste voormaligen kijken je dan ook wat meewarig aan als je hen vertelt dat je doorgaans iedere zondag in een kerk te vinden bent, al is het dan achter een orgel.
Over dit onderwerp zou veel te zeggen zijn, we zullen ons echter moeten beperken:

Ik zou er nog begrip voor hebben dat mensen de kerk verlieten als ze er iets beters voor in de plaats hadden gevonden. Uitslapen, croissants bakken of een wandeling met de hond reken ik daar echter niet onder. De meesten stellen hun zondagsgedrag slechts in zoverre bij dat ze zich zelf wat meer tijd gunnen.

Nu speelt de kerk natuurlijk niet alleen op de zondag een rol maar ook in het door-de-weekse leven. En daarin valt het mij op dat ten behoeve van de carrière forse investeringen in kennis worden gedaan terwijl men het wat de kerk betreft meestal bij de ooit opgedane cathechisatie laat. Niet voor niets zijn er zoveel christelijke boekhandels op de fles. Te weinig twijfelende christenen nemen immers de moeite om zich door het lezen van een boek of het nemen van een cursus nader te laten informeren. Als de massaal weggelopen christenheid wat energie had willen steken in kennis over geloofszaken, waren ze vast niet allemaal afvallig geworden. Het probleem is dat hun kennis vaak in jaren niet is opgewaardeerd.  ‘Wie leest verrijkt zijn geest' geldt zeker voor onderwerpen die met kerk en religie te maken hebben. Wekelijks verschijnt er een schat aan allerhande lektuur, daarvan moet je natuurlijk wel eens wat lezen. 

Last but not least: Heel onze maatschappij wordt beheerst door de geschiedenis die ons vooraf gegaan is. Heel onze rechtsstaat, onze cultuur, ja zelfs de manier waarop onze steden zijn vorm gegeven, zijn beïnvloed door de historie. Daar zijn we doorgaans heel gelukkig mee.
In de Kerk laat men zich  bewust óók inspireren door hen die ons voorgingen. We noemen dat ‘de Kerk der Eeuwen'. Ook proberen we ons te voegen in een àndere manier van spreken, voortbordurend op de Joodse gewoonte om te vertellen vanuit rituelen en symboliek. Huub Oosterhuis noemt dat ‘de tweede taal'. In die taal worden dingen benoembaar waarvoor onze eigen taal te banaal is. De kerk is de enige plek waar we mogen snuffelen aan vragen die dieper gaan dan het commentaar van de krant, zonder overigens te pretenderen het antwoord op die vragen  te weten. Dat laatste is overigens een verworvenheid dankzij welke ook kritische mensen heel goed passen in een eigentijdse geloofsgemeenschap. Kun je je in deze wereld, in een omgeving die bol staat van het leven bij de waan van de dag, een betere plek wensen?