Mohikanen

Datum: donderdag 27 november 2008

Het verenigingsleven in ons land kwam tijdens de negentiende eeuw tot grote bloei. Het was het gevolg van een passie die bepaalde groeperingen met elkaar wilden delen. De kracht van het verenigingsleven zat in de steun en de energie waarmee leden elkaar inspireerden en de betrokkenheid die daarvan het gevolg was. Ook de verzuiling, die destijds grote groepen samenbracht, zal het succes van het verenigingsleven bevorderd hebben. En natuurlijk hebben ook de sociale geneugten die het verenigingsleven opleverde te maken met de ontwikkeling van het op deze manier met elkaar optrekken.
Aan de praktijk van het hedendaagse verenigingsleven kunnen we goed merken dat we niet meer in de negentiende eeuw leven. Velen voelen zich wel degelijk tot bepaalde onderwerpen aangetrokken doch zijn niet meer bereid te investeren in de rimram die bij het verenigingsleven hoort. Om een biertje met elkaar te kunnen drinken kennen we genoeg andere mogelijkheden; onze volledig omgegooide manier van leven biedt trouwens nauwelijks tijd meer voor het nakomen van des verenigings verplichtingen.
Deze vorm van sociale inflatie heeft als vervelend gevolg dat het binnen dit kleiner wordende aanbod steeds lastiger wordt om bekwame bestuursleden te vinden. Niet ieder bezit de gaven die nodig zijn om een vereniging op een goede manier van dienst te zijn. Een goed bestuurslid paart praktische kennis op het gebied van zijn bestuurstaak aan een stukje persoonlijke bevlogenheid. De kunst om tegelijkertijd ook nog te kunnen relativeren en zich te kunnen verplaatsen in de standpunten van een ander, zijn niet iedereen gegeven. Voorts moeten bestuursleden in staat zijn om creatief om te gaan met de vaak wat verouderde structuren die een vereniging in haar feitelijk functioneren kunnen hinderen. Veel statuten en versies van een huishoudelijk reglement met alle consequenties daarvan houden een bestuur vleugellam en verhinderen dat het toekomt aan de dingen die het eigenlijk zou moéten doen. Daar komt nog bij dat mensen die in staat zijn om aan besturen deel te nemen, dit vaak al op veel verschillende plekken doen. Plan dan maar eens een extra bijeenkomst die moet passen in de agenda van zeven overbezette baasjes...
Ik vermoed daarom dat het voor velen wel eens een zegen zou kunnen zijn als je sommige verenigingen uit hun formele wurggreep zou verlossen door het log werkend en inadequaat werkende bestuurssysteem te vervangen door iets beters. Als je een vereniging ombouwt naar een zakelijk functionerende serviceorganisatie met twee bekwame functionarissen die je een redelijke vergoeding geeft, verhoog je de efficiëncy met de factor twee of drie en kun je een aantal druk bezette vrijwiliggers weer aan hun gezin teruggeven.
Het gevaar van blijven doortobben op de oude manier is dat de laatst overgeblevenen der Mohikanen in hun vergaderijver en formele correctheid een soort karikatuur gaan vormen van wat de vereniging eigenlijk zou moeten zijn. Zelf uit een ambtenarenstad komend weet ik maar al te goed hoe zoiets door kan slaan.