Oud

Datum: maandag 27 november 2006

Maarten ’t Hart, een schrijver voor wie ik zeer ambivalente gevoelens koester, beschrijft in zijn boek ‘De aansprekers’ op ontroerende wijze de naderende dood van zijn vader, notabene een doodgraver. Terwijl de laatste maanden uit het leven van zijn vader onherroepelijk doortikken en leiden naar een menselijkerwijze te vroege dood, ergert de jonge Maarten zich aan allerlei oude mensen die hem voor de voeten lopen. Het doet hem intens verdriet dat aan het geestrijke, spirituele bestaan van zijn relatief nog jonge vader binnenkort een eind zal komen terwijl overal in zijn omgeving nietszeggende, saaie oude mannetjes maar wat lopen te vegeteren. De onredelijkheid dat verdroogde en zich vervelende kereltjes het in jaren ruimschoots gaan winnen van de originele, frisse bron die zijn vader nog is, maakt hem opstandig.

Toen ik dat boek las (het verscheen reeds in 1979) vond ik  hem hierin wel een beetje doorslaan. In gedachten hield ik Maarten voor dat hij de ouderdom wel iets meer kon eren en wees  mijn gereformeerde vingertje hem op het feit dat de eerbied voor zijn voorgeslacht niet bij zijn eigen ouders ophield. Nu we inmiddels vijfentwintig jaar verder en dus ouder zijn ga ik hem steeds meer bijvallen. Ook ik erger me aan de Jan Salies die ik overal op straat tegenkom. Naarmate bedrijven zich steeds sneller van hun groepen oudere werknemers ontdoen, groeit het getal besluitelozen dat zich op straat zichtbaar te pletter loopt te vervelen. In hun oersaaie grijze jekkies, de fantasieloze pet op hun kale kop,  brengen ze hun tijd door met het staren naar etalages of met het staan kijken naar een bouwerijtje. Soms met een bungelend shaggie in de linkermondhoek slepen ze zich als robotten naast hun echtgenotes voort, ruziënd over de boodschappen die ze al of  niet in huis zullen halen. Het zijn dezelfde mannen die een paar geleden nog stralend aan ieder die het maar horen wilde vertelden dat ze binnenkort met werken zouden stoppen. Ik kan me nooit van de gedachte losmaken dat zowel hun persoonlijk leven als hun huwelijk er baat bij zou hebben gehad als ze maar gewoon iedere dag naar kantoor waren blijven  fietsen. Ik heb vroeger in mijn supermarkt teveel verschrompelde, gefrustreerde mannen met doffe ogen aan mijn kassa gehad.

Toen we, inmiddels alweer tien jaar  geleden, besloten ons bedrijf te verkopen met het voornemen om ons leven voortaan anders in te gaan richten, heb ik mijn vrouw kort voor de overdracht een keer plechtig op mijn stoelleuning genood. Terwijl ik haar hand in de mijne nam en zij mijn laatste  plukjes haar streelde, heb ik haar diep in de ogen gekeken en haar gesmeekt om straks in ons nieuwe leven mij nooit te verplichten om aan die afschuwelijke oude-mannencorvee mee te hoeven doen. Ik kreeg het spaans benauwd van alleen het idee al om met een boodschappenkarretje in mijn kielzog iedere dag bij te moeten houden hoe de voorraad yoghurt er bijstond. Gelukkig kende zij me al een paar jaar en beloofde me plechtig voor die afgang te bewaren.

Als u mij gisteren tóch zag lopen met een boodschappentas kwam dat omdat zij ziek was. Al doende ontdekte ik dat boodschappen doen ook zijn leuke kanten heeft. Aan het aanschouwen van al die tobbende, kibbelende maar vooral humeurige echtparen zitten ook veel leuke kantjes. Ik heb een uitstekend tijdverdrijf gevonden.