Camping

Datum: maandag 27 augustus 2007

De afgelopen weken hebben we weer eens de merkwaardige gemoedstoestand doorgemaakt die we ‘vakantie' noemen: de vlucht vanuit een zeker comfort naar onoverzichtelijke en ongewisse toestanden. Voor de één in de vorm van deportatie naar het buitenland in een grote blikken doos waar men als haringen in een ton ingepropt en na veel vertraging weer uitgegooid wordt, voor de ander bestaat vakantie uit het beklimmen van een fiets met kniekousen aan de voeten en een regencape over de romp. De gefortuneerden onder ons jagen via voortreffelijke viersterrenrestaurants hun cholestorolgehalte in veertien dagen over de kling als ze in luxe hotels hun vrije tijd doden, weer anderen kruipen onder een stuk tentdoek en stillen hun honger met een patatje oorlog uit de plaatselijke patatkraam. Wij kozen voor een tussenvorm: die van de vakantie met een caravan, de meest burgerlijke en Hollandse manier van vakantievieren maar bij mooi weer niet onaardig.


Omdat ons eigen land wat vochtig aanvoelde zijn we met succes afgereisd naar het land van Sarkozy. We troffen het niet slecht doch weten weer precies hoe regen en onweer aanvoelt in zo'n hut op wielen. Omdat we op een doorreiscamping stonden hebben we met veel plezier telkens de film bekeken die vertoond wordt als een gezin met caravan het kampeerterrein oprijdt. Moe loopt voorop en dirigeert Pa naar de plek waar de sleurhut moet komen te staan. Pa, toch al nerveus omdat achteruit rijden met zo'n ding lastig is, begrijpt niets van moeders volkomen onbegrijpelijke signalen en springt briesend achter het stuur vandaan om met eigen ogen te aanschouwen hoe hij het beste achteruit kan steken. Heuveltjes en nat gras zorgen voor de nodige extra stress zodat het een kwartier kan duren eer zo'n ding schots en scheef in het landschap staat. Moe heeft dan eerst nog drie maal ‘ho' geroepen op momenten dat dit niet nodig was en was dit vergeten toen er een boomstronk in de weg stond. Enfin, uiteindelijk kan de opbouw beginnen. Huilende kinderen krijgen een zwieperd, Pa draait de pootjes naar beneden en Moe gaat op zoek naar stroom. Na anderhalf uur wordt zwetend het laatste stukje tentzeil vastgezet waarna de familie afreist naar de op het terrein aanwezige snackbar waar voor veel geld wat slappe frieten worden aangeschaft om de ontstane trek te elimineren.

Boeiend is het om een analyse te maken van de inrichting van het sanitair op campings. Eigenaren van campings schijnen met elkaar te wedijveren in het bedenken van de meest onvriendelijke inrichting. Dat betekent dat in douches nooit ruimte is om je kleren op te hangen en dat dit bundeltje haast altijd kleddernat wordt van de spetters uit de douchekop die gemaakt schijnt om er een weiland mee te besproeien. Er komt alleen maar water uit als je om de drie seconden op een knop drukt. Een zeepbakje of minstens een uitsteeksel waarop je een fles shampoo kunt neerzetten is zelden aanwezig. Nog erger is het in de toiletten. Geen enkele terreinbeheerder heeft ooit op zijn eigen toilet gepoept dus ontgaat het hem dat je weleens je jasje aan een haakje zou willen ophangen of minstens een plekje of een stangetje zou wensen waarop je je rolletje toiletpapier zou kunnen neerleggen. Buiten de verlegenheid waarmee campinggasten toch al worden opgescheept als ze in gehorige en nauwelijks afgeschotte ruimten hun behoefte moeten doen, wordt er door campingbazen dus slecht met hun noodlijdende gasten meegedacht. De merkwaardige en vernederende combinatie van afgaan en afzien behoort daarom tot de vaste attributen van een campingvakantie. De daar geleden ontbering draagt telkens weer bij aan de hernieuwde waardering van je eigen, knusse woning. Toch gaan we volgend jaar weer op dezelfde manier op vakantie. ..