In vergadering

Datum: maandag 25 juni 2007

Sinds ik een maand geleden grootvader geworden ben, neemt mijn kennis over babies weer belangrijk toe. Als je jongste kind alweer tweeëndertig jaar oud is, is de kennis over het kleine grut een beetje vervaagd maar de wekelijkse bezoekjes aan onze kleindochter brengen ons weer helemaal terug bij de les. Inmiddels weten we weer alles over voeding, kleertjes en slaapjes. We zijn weer thuis in het dag- en nachtritme van kleine mensjes en kennen alle merken flesvoeding weer uit ons hoofd. Niemand kan ons meer iets wijsmaken over kinderwagens, we kennen de mode van babypakjes en weten precies hoe na de voeding boertjes moeten worden opgewekt.
Eén complicatie heeft enige tijd gevergd. De baby huilde eigenlijk meer dan nodig was en dat bleek onder meer iets te maken te hebben met de ruimte om haar heen die door de kleine Marit als bedreigend werd ervaren. Als je negen maanden lang in de knusse ruimte van moeders baarmoeder hebt doorgebracht blijkt de immense inhoud van een wieg wel eens wat te veel te zijn. Dus wordt het kleine grietje nu tijdens haar slaapjes lekker ingepakt in een trappelzakje en dat ervaart ze een gemoedelijker omgeving waardoor ze nauwelijks meer huilt en lekker slaapt.
Ook oudere kinderen hebben nog van die neigingen. Geen favorieter plekje dan in een holletje bij moeder op schoot, liefst met de duim in de mond. De beschutting van die beperking voelt weldadig aan. Wat is het niet interessant om een hut te bouwen, al is het er maar één van een paar lakens en een sloop? Zelfs volwassenen bouwen in hun leven plekjes waar ze even van de grote, boze mensenwereld verstoken zijn. Mensen met kasten van huizen doen soms niets liever dan in een piepklein tentje hun vakantie doorbrengen. Kennelijk houden we de ruimte om ons heen, met alles wat daarbij hoort, ook graag een tijdje voor gezien.
De trend om de hectiek om je heen op gezette tijden even weg te duwen lijkt zich steeds uit te breiden. Wie kent niet het verschijnsel dat beleidsmedewerkers op kantoren die je even wilt spreken alsmaar ‘in vergadering' zijn? Nog simpeler is het om je telefoon permanent op de beantwoorder te laten staan zodat je daardoor niet gestoord wordt. Ik heb er begrip voor dat veel mensen dikwijls naar de tijd terugverlangen dat ze een embryo waren maar maak hen er toch op attent dat ze inmiddels, meestal met het volle verstand, enige verantwoordelijkheid op zich genomen hebben waarbij hoort dat je de telefoon wel eens oppakt. Toen ik vanochtend een dringende zaak met een aantal mensen moest regelen was het pas de zevende die de moeite nam om de hoorn van de haak te nemen. Bij de rest stond deze kennelijk onder stroom.
Natuurlijk kan de telefoon een enorme stoorzender zijn die mensen telkens weer uit hun concentratie tikt. Je zou jezelf echter kunnen aanleren om gesprekken heel kort te houden, daar zijn allerlei trucjes voor. In een tijd die de pretentie heeft dat de communicatie op zo'n hoog plan staat, kun je het mijns inziens niet maken om je permanent achter de voice mail te verstoppen, ook al heb je het misschien nog zo druk. Babies mogen het zich nog even permitteren zich te verschansen binnen de besloten ruimte van een trappelzakje. Als ze groot geworden zijn moeten ze echter verstandiger zijn.