Dat lucht op

Datum: maandag 11 juni 2007

Met een goedgemikte worp kieper ik de stapel lectuur die nu al weken lang in onze huiskamer ligt, in een grote vuilniszak. Ook voor mijn werkruimte ligt al zo'n zak klaar Nog even en ook deze zal gevuld zijn met nieuwsberichten, tijdschriften, reglementen en catalogi vol met interessante nieuwe muziekuitgaves. Een mens is op veel geabonneerd en waarschijnlijk erg nieuwsgierig dat hij dit soort oordelen over zich heen roept. Hoe dan ook: de meeste mensen zijn te druk om van al die gedrukte letters kennis te nemen. Daarom is er zo nu en dan maar één remedie: De asbak in met al die broodnoodzakelijke informatie waarvoor echter geen tijd is om ze te consumeren. Wil een mens een beetje ontspannen verder leven, dan moet zo nu en dan eens rigoureus worden opgetreden.
Eigenlijk kent de informatievoorziening een merkwaardige ontwikkeling. Er is een tijd geweest dat men dacht dat deze in zijn traditionele vorm zou gaan teruglopen. Digitaal gaan dit soort dingen immers allemaal veel makkelijker en bovendien zijn er tegenwoordig een oneindige hoeveelheid televisiezenders die alle doelgroepen afgepast van hun nieuws kunnen voorzien. De werkelijkheid leert echter dat er nog nooit zoveel tijdschriten zijn uitgegeven. Terwijl de gevestigde dagbladen tobben onder een teruglopend aantal abonnees, verschijnen er zomaar drie gratis kranten die bovendien alle drie ook nog succesvol zijn.
Ook in de zakelijke sfeer is het met de verhouding digitaal ten opzichte van papier een andere kant opgegaan dan ooit wel eens gedacht werd. Dik twintig jaar geleden had men het al over Transcom, een systeem waarmee fabrikanten digitaal hun nota's naar hun afnemers zouden opsturen. Volgens mij is dat nooit iets geworden. Ik vrees toch dat men het allemaal iets te vluchtig vindt en liever iets in handen heeft dan zo'n wiebelend tekstje op het scherm.
Voor de kantoorbranche zijn prachtige systemen ontwikkeld waarmee feilloos allerlei vormen van (gedrukte) informatie kunnen worden ingescand en digitaal weggezet. Dat doet men ook keurig maar meestal houdt men toch voor de zekerheid de originelen nog even achter. Het is in technische opzicht heel eenvoudig om voor een willekeurig kantoorvergadering de agenda, samen met de onderliggende stukken op ieders laptop te voorschijn te toveren, de praktijk leert echter dat men alles liever nog even op papier heeft. Veel kantoorkolossen in een stad als Den Haag bestaan behalve uit werkruimten, bedrijfrestaurants en vergaderzalen vooral ook uit bunkers waarin tonnen papier in de vorm van dossiers op inzage liggen te wachten. Kennelijk zijn we nog niet toe aan een vorm van informatieoverbrenging die uitsluitend met énen en nullen tot standkomt.
Intussen tobben we wel met een overspannen aanbod want naarmate de techniek om iets te drukken simpeler en dus goedkoper wordt, neemt het getal aan blaadjes toe. Maak uzelf geen illusie, u bent géén uitzondering als u al die lectuur op geen stukken na tot u kunt nemen. Het mag een troost zijn dat er meestal niets, maar dan ook helemaal niets op aarde verandert als u de euvele moed grijpt om drie maanden leesachterstand in één keer in de papierbak achter te laten. Zoiets lucht heerlijk op.