Formules

Datum: maandag 21 mei 2007

Ofschoon het al meer dan tien jaar geleden is dat wij de sleutel van onze supermarkt aan onze opvolgers overhandigden, houden wij nog wekelijks het nieuws bij uit deze branche. Zo lezen we nog steeds het supermarktblad Distrifood dat iedere zaterdagmorgen bij ons op de deurmat ligt. Het nieuws uit dit blad ervaren we als een mixed blessing, een soort mengeling van leuk en verdrietig nieuws. Ik zal proberen uit te leggen hoe dat zit.
Het bestaan van een supermarktondernemer kent heel veel leuke kanten. Ondernemen is gewoon leuk. Het is spannend om iedere morgen weer je kansen te berekenen voor die dag, je plan te trekken, je werk in te delen en vervolgens er alles aan doen om je doelstellingen te halen. Hetzelfde geldt uiteraard voor de middellange en lange termijn welke telkens onze aandacht had.
Iedere dag had ook weer zijn verrassingen, leuk of minder leuk. Het was een sport om daar telkens weer mee om te kunnen gaan en groot was de voldoening als er 's avonds problemen waren opgelost of conflicten verdwenen. Het ondernemen had ook zijn aardige kanten vanwege de vele mensen die op je pad kwamen. Daar waren klagers, cynici en losers onder maar ook mensen die je inspireerden. De zaterdag was voor ons een leuke werkdag omdat ons personeel dan voor het grootste gedeelte uit jonge scholieren bestond, leuke jongens en meisjes die fris in het leven stonden en veel ambities hadden. Het was een feest om samen met die jongelui 's middags je boterham op te eten. Aan dit soort herinneringen zijn we een beetje verslaafd. Ze behoren onmiskenbaar tot de dingen die we later zijn gaan missen.

Tot de beklagenswaardige ontwikkelingen van déze tijd reken ik de trend binnen de branche om met winkelformules om te gaan alsof het tafelkleedjes zijn die je telkens uitklopt en vervangt. Wij hebben nog de tijd meegemaakt dat je als ondernemer op je persoonlijke kwaliteit en de ordelijkheid van je bedrijf werd beoordeeld. Stond je bekend als een rechtschapen en vooruitstrevend ondernemer en was je bedrijf in orde, dan kon je op klandizie rekenen. Later, vanaf de jaren zeventig, veranderde dat allemaal. Onder invloed van het na-oorlogse marketing-denken begonnen consumenten te geloven in gestyleerde verkoopconcepten. Het waren vanuit de psychologie van een consument gecreërde bedenksels, vormgegeven in naam, kleur en licht die een zekere alertheid en een scherpe prijsstelling veronderstelden die de zelfstandige ondernemer niet in huis  zou hebben. Het begon vrij onschuldig met begrippen zoals Centra en Spar, verzamelnamen van ondernemers die zich binnen het destijds bestaand vrijwillig-filiaalbedrijf verenigd hadden. Later ontstonden binnen de zelfstandige levensmiddelenhandel formules zoals C 1000, Plus, Super de Boer en Supercoop. Het tragische was dat naarmate er meer van kwamen de formule ook sneller ‘over datum' was. Het kon een ondernemer gebeuren dat zijn zaak in tien jaar tijd drie maal van naam en kleur verwisselde. Het gemeenschappelijk probleem van al die gedaantewisselingen was dat je zaak degradeerde tot een soort marketingspeelbal waaruit bewust al je eigen inbreng geweerd werd.

Uit de tijd dat ons eigen bedrijf nog even Volumemarkt heeft geheten, herinner me ik allerlei gevechten met de groothandel die ter wille van de eenheid in de formule mij mijn sterkste persoonlijke troeven uit handen wilde slaan. Die troeven betroffen vaak de local marketing. Het is nu eenmaal zo dat iedere woonwijk zijn specifieke assortimentsbehoefte kent en daar speelde je op in. Het adagium bij de groothandel was echter dat formules vooral gelijkluidend moesten zijn om de suggestie te wekken dat alle winkels van die keten even goedkoop en fantastisch zouden zijn. Daar zal wel iets inzitten maar die starre redenatie hielp tegelijkertijd alle uniciteit van de aangesloten ondernemers om zeep. Dus werd je gedwongen om succesvolle relaties met bepaalde leveranciers op te zeggen en moest je soms de meest winstgevende hoeken uit je winkel opofferen aan saaie meters eenheidsworst die bovendien ook nog een slechte marge opleverden. Als één ding duidelijk werd, was het dat groothandelaren (die de formules stuurden) bitter weinig notie hadden van hetgeen zich in de kleinhandel afspeelde. Met name de laatste vijf jaar hebben we wrange gevechten moeten voeren omdat men ons telkens binnen kaders wilde wringen die onze eigen identiteit schoffeerden. Kaders bovendien die weinig doordacht bleken en slechts het brakke product waren van een aantal klerken achter een bureau bij de groothandel. Gelukkig konden we ons, vanwege onze financiële onafhankelijkheid, kritisch dus weigerend opstellen. Er waren echter genoeg collega's die om reden van financiële afhankelijkheid verplicht waren zich in het beleid van de blunderende groothandel te voegen.
De huidige opdeling van de levensmiddelenbranche in een handjevol formules ervaren we als een enorme verarming. Daar waar nog zelfstandige ondernemers achter een winkelpui verstopt zitten, zijn het collega's die tot en met het jasje dat ze dragen verplicht zijn zich te conformeren aan de nukken van de groothandel. Ik ben blij dat ik van dit soort ergernissen verlost ben.