Petrus

Datum: maandag 14 mei 2007

In de tijd dat wij thuis opgroeiden werd door onze ouders getracht ons een soort beschaving bij te brengen die er onder andere uit bestond dat je elkaar nooit onnodig kwetste. Als gevolg van die mentaliteit stonden zelfs de mopjes die we aan elkaar vertelden onder censuur. Een jodenmopje mocht nog zolang het bij een brave belevenis van Sam en Moos bleef. Het genre grapjes dat ging over Petrus bij de hemelpoort werd bij ons thuis echter niet getolereerd. Mijn roomse vriendjes beschikten over tientallen voorbeelden van dit soort humor maar bij ons was een draai om je oren het minste waar je op kon rekenen.
Ik hoop dat het scherpe oordeel hierover inmiddels een beetje is afgezwakt want laatst droomde ik dat netjes op mijn beurt zat te wachten bij de man die zo braaf de hemelpoort bewaakt. Op zijn vraag op welke gronden ik recht dacht te hebben op doorlating, vertelde ik Petrus trots dat ik meer dan dertig jaar vreselijk mijn best had gedaan in mijn supermarkt en daarbij nooit mijn duim had meegewogen of andere stoutigheden had begaan. ‘Ach', was het antwoord, ‘die zijn er zoveel, als we die allemaal moeten binnenlaten...'
Vervolgens somde ik op dat ik een brave huisvader en lief voor zowel mijn vrouw als mijn kinderen was geweest. Petrus verroerde zelfs zijn wenkbrauw niet, aan cliché's had hij kennelijk geen behoefte. Wàt ik daarna ook allemaal aan heldendaden opsomde, niets vermocht enige indruk te maken. Al mijn ijver en plichtsbetrachting, een lange reeks goede daden en heel mijn maatschappelijke bewogenheid bleek schrikbarend gedevalueerd. Plotseling, terwijl mij het zweet mij reeds op de rug stond, schoot mij gelukkig nog één ding te binnen:
Ooit heb ik eens twee boekjes uitgegeven. Ik vertelde Petrus het verhaal van ‘Het Wilde Westen' en ‘Het Verre Westen', een duo knusse lees- en fotoboekjes over het ontstaan van zowel de Vruchten- als van de Bomenbuurt. In de loop der jaren zijn die boekjes talloze malen herdrukt, het tweede daarvan is inmiddels al weer uitverkocht. Met die boekjes heb ik destijds duizenden mensen een groot plezier gedaan..
Bij dat verhaal klaarde Petrus helemaal op. Hij wist van die boekjes alles af en vertelde me dat hij veel geëmigreerde Hagenaars uit alle delen van de wereld bij zich had gehad die zo ontzettend blij met die boekjes waren geweest. Net zoals vele anderen dat eerder deden vroeg hij me vervolgens of ik soms nog een verdwaald exemplaar van die boekjes bij me had want hij wilde nu toch wel eens weten hoe die populaire werkjes er uit zagen. Terwijl ik mijn laatste boekjes aan hem overhandigde lichtte hij loyaal de slagboom op. Het avontuur liep voor mij dus goed af.
Eenmaal wakker geworden besefte ik dat er op dat gebied misschien weer eens iets ondernomen moest worden. Dat bracht mij op het voornemen om na een recent avontuur dat leidde tot een zeer goed verkocht boekje over ‘De wijk Bohemen', om ook de geschiedenis van de Vruchtenbuurt nog eens ter hand te nemen. Allicht dat we daar veel bewoners uit die omgeving een plezier mee doen. Enfin, als u mij de komende tijd niet thuis treft is er een grote kans dat ik me achter de tafeltjes van het Haags Gemeentearchief weer aan het inlezen ben. Met het ten uitvoer brengen van dit goede voornemen hoop ik mijn positie bij Petrus... Nou ja, u begrijpt het wel. We blijven sober met dit soort grapjes....