Jatten

Datum: maandag 23 april 2007

Met enige regelmaat lezen we in de krant iets over winkeldiefstal. Een brancheorganisatie zoals het Vakcentrum (dat zijn de zelfstandige supermarktondernemers) heeft het onderwerp zelfs tot één van haar items gemaakt waarmee ze de landelijke politiek bestookt. Het schijnt dat daardoor ook de overheid iets alerter is geworden en de politie eerder dan voorheen bereid is om notoire winkeldieven in de kraag te grijpen.
De mening doet opgeld dat de schade welke wordt veroorzaakt door winkeldiefstal uiteindelijk door de consument betaald wordt. ‘Winkeliers', zo wordt beweerd, ‘maken een inschatting van de derving die zij opdoen vanwege diefstal en calculeren dat in hun prijzen in'. Zelden heb ik grotere onzin horen beweren. Ons land kampt met een behoorlijke overbewinkeling, er zijn veel bedrijven die allemaal in dezelfde kom aan het vissen zijn. Dat betekent forse concurrentie en dus scherpe een focus op de prijzen. Iedereen kan bijna dagelijks lezen hoe dat bijvoorbeeld in de levenmiddelenbranche eraan toe gaat. Ook bedrijven die zich dolgraag op andere marketingtools zouden willen profileren (‘kwaliteit' of ‘service') ontkomen er niet aan om scherp op hun prijsstelling te letten. Albert Heijn vergat dat onlangs een tijdje en werd daarvoor streng gestraft. Het is dus uitgesloten dat aanbieders van welke productgroep dan ook zich een opslag vanwege lekkage door diefstal zouden kunnen veroorloven.
Behalve materiële schade veroorzaakt winkeldiefstal ook veel psychisch leed. Ruim vijfendertig jaar hebben wij daarvan het nodige meegemaakt. Want behalve dat winkeldieven per jaar duizenden euro's uit je zak stelen, euro's waarvoor jij hard gewerkt en geïnvesteerd hebt, doen ze ook een aanslag op je integriteit. Wekelijks word je teleurgesteld in het vertrouwen dat je mensen geeft als ze in je winkel rondlopen. Om niet ten onder te gaan word je daardoor gedwongen iedere klant dubbel in de ogen te kijken: het linker oog veronderstelt vriendelijkheid en aandacht, het rechter oog is alert of dezelfde dame er niet met jouw scheermesjes of batterijen vandoor gaat. Als ondernemer van een buurtsupermarkt ken je veel mensen en gaan de sociale contacten vaak verder dan alleen de boodschappen die je uitwisselt. Het is ronduit verschrikkelijk om er achter tekomen dat mensen met wie je al jaren in dezelfde straat woont, mensen met wie je een relatie hebt opgebouwd en wier kinderen je bij wijze van spreken geboren hebt zien worden, je soms al jaren lang lopen te bestelen. Het is moeilijk uit te leggen hoe zoiets je bestaan belast. Vaak wegen dit soort problemen zwaarder dan gewone zakelijke problemen. Het spreekt vanzelf dat een soortgelijke problematiek zich aandient bij de omgang met personeel. Het is ronduit walgelijk om allerlei kille, preventieve maatregelen te moeten nemen om te voorkomen dat kassières en winkelbijvullers er met jouw winst vandoorgaan. Ik vermoed dat buitenstaanders zich nog wel eens iets kunnen voorstellen van de huis-en-tuinproblematiek die bij het ondernemerschap behoort. De geestelijke belasting, zoals behorend bij het onderwerp ‘winkeldiefstal' ontgaat echter de meesten. Het zou voor winkeliers een zegen zijn als klanten wat meer de neiging konden onderdrukken om te gaan lopen jatten.