Een goede voorbereiding

Datum: maandag 16 april 2007

Ik zal niet de enige zijn aan wie tijdens zijn opvoeding is bijgebracht om altijd goed voorbereid de dag tegemoet te treden. Dat begon al op school waar je werd ingepeperd dat je je schooltas altijd al ingeruimd moest hebben voordat je 's avonds slapen ging. Examen doen was vooral een kwestie van voorbereiden en de slaagkans groter naarmate je beter anticipeerde op hetgeen je te wachten stond. Eenmaal in het arbeidsproces aangeland leerde je ook al snel dat eventueel succes veel te maken had met goede preparaties: hij die 's morgens nog even op een stoel gaat zitten om na te denken alvorens hij zich op zijn werk stort zal beter scoren dan de chaoot die per minuut zijn koers bepaalt. Toen we onze zaak nog hadden was ons eerste uurtje in het kantoor dan ook altijd het meest produktieve. Nog niet gestoord door telefoon, klanten of personeel kon je tussen zeven en acht uur in alle rust bezinnen op de dingen die moesten gebeuren die dag. Versliep je je eens een keer, dan had je ook constant het idee dat je achter je zelf aan liep. Dat een goede voorbereiding het halve werk is, zal voor menigeen gelden die niet al te stresserig door het leven wil.

Er bestaan echter twee uitzonderingen op deze regel. Vrijgesteld van dit adagium zijn dominees en kosters. Zij genieten het goddelijk voorrecht om zich van deze wijsheid niets aan te trekken. Beiden, niet jn het minstgehinderd door in hun nek hijgende chefs, kritische klanten of lastige kwartaalgesprekken, permitteren zich vrijheden die in het bedrijfsleven niet getolereerd zouden worden. Dat geldt in ieder geval voor hetgeen zich op zondagmorgen in de kerk afspeelt. Als beroepskerkganger ben ik daarvan maar al te vaak getuige.
Het is, de goeden niet te na gesproken, heel vaak onmogelijk om als organist op zondagmorgen nog enig contact te maken met de dienaar van het goddelijke woord. Aangezien je zo rond een kwartier voor aanvang toch wel achter de toetsen moet zitten gaat enige vorm van menselijk contact met degene met wie jij samen de eredienst verzorgt, meestal aan je neus voorbij. Veel predikanten komen het liefst tien of vijf minuten vóór tijd binnenrennen, moeten zich dan nog in hun toga hijsen en bidden daarna hijgend het consistoriegebed mee. Als ze vreemd zijn hebben ze de volgorde van de liturgie niet in hun hoofd, weten niet hoe de geluidsinstallatie werkt, hebben geen flauw benul ervan of er iets met een kindernevendienst zal zijn en zeggen daardoor dus altijd dingen die niet kloppen, gaan bidden op momenten dat dit niet moet, vergeten liederen aan te kondigen of maken blunders bij de afkondingen. Goed gebekt als ze vaak zijn redden ze zich daar meestal wel uit, maar kunnen daarmee niet maskeren dat ze met dit gedrag onnodig de eredienst frustreren. De kerkenraad moet nog worden uitgevonden die dit soort notoire plichtsverzakers eens aan de oren trekt.
Kosters kregen vroeger een instructie van hun werkzaamheden. Ons kerkelijk archief ligt vol met documenten van vroeger waarop staat hoe laat ze de lampen moesten aansteken, de banken moesten afstoffen of het kerkenpad aanharken. Dat waren natuurlijk allemaal uitingen uit een patriarchaal tijdperk maar toch verlang je nog wel eens naar enige structuur in de taakopvattingen van kosters. De keren dat ik in mijn leven inmiddels ben geconfronteerd met storingen in de geluidsvoorziening zijn niet meer te tellen. Te vaak staan deuren open die eigenlijk dicht moeten, ontbreekt er koffie, staan de psalmen verkeerd op het bord, zijn de attributen voor het Heilig Avondmaal vergeten of zijn er andere dingen kwijt. Ook treden dorpelwachters tegenwoordig niet meer op als blèrende kinderen tijdens een doopdienst een uur lang de predikant van zijn stuk dreigen te brengen. Het schijnt onmogelijk zijn om over zoiets voor de hand liggends enige afspraken te maken.
Het overkwam me nog eens dat ik voor een collega-organist een orgelbeurt waarnam in een kerk even buiten Den Haag. Het is dat ik er zeer ruim op tijd aanwezig was, anders had ik via een circusact langs gaanderijen en pilaren het orgel moeten beklimmen. Niemand van de aanwezige kosters of kostersvrouwen had er namelijk enig idee van waar de sleutel van de orgelgaanderij zich bevond. Dankzij het feit dat ik erg vroeg aanwezig was kon deze uiteindelijk nog bij een nog op zijn bed liggende kerkvoogd ontfutseld worden. Er valt op dit gebied nog wel iets te verbeteren.