Joggen

Datum: maandag 05 maart 2007

Het is vandaag zo'n dag waarop ik al mijn vullingen voel zitten. Iedere stap die iets te ferm genomen wordt, is tot achter in mijn kaken voelbaar. Op zo'n dag lijkt iedere stoeprand een ladder die dient te worden beklommen. Allemaal ervaringen die je pijnlijk herinneren aan het feit dat je lichaam broos en breekbaar wordt.

Als er één ding is waarin ik mij vergist heb bij het ouder worden, is dat het wel eens zo zou kunnen zijn dat je lijf het op een gegeven moment wat minder goed gaat doen. Natuurlijk lees je wel eens de verhalen waarin wetenschappers duidelijk maken dat de homo sapiens in fysiek opzicht vanaf zijn twintigste al gaat aftakelen, maar tot je vijftigste merk je daar nog weinig van. Ons lichaam blijkt bovendien over enige rek te beschikken. Voorbeelden van rokende, blowende en zuipende mensen die je al jaren lang onbekommerd voorbij ziet fietsen zijn daar het beschamende voorbeeld van.
Als de eerste pijntjes en stijfheden zich schuchter aanmelden wordt de onherroepelijk naderende teloorgang nog als een incident beschouwd. Pas als doktoren je hebben uitgelegd dat je voortaan niet meer op stap mag zonder je tabletjes, gaat het idee wortelen dat de ongemakken wel eens chronisch zouden kunnen worden. Gelukkig zijn er heel veel soorten pillen, en dat is tegelijk het verwarrende: Opa's die je vroeger met de stok over hun stuur door de stad zag fietsen vertelden jou nooit dat ze thuis een weckfles vol medicijnen hadden staan. Anderen konden soms jaren lang geheim houden dat ze thuis amper de trap meer op kwamen. Zo ver is het bij mij gelukkig nog niet.

Het zal nu ongeveer zeven jaar geleden zijn dat we in de keuken van ons bovenhuis werden opgeschrikt door een klagelijk gemiauw. Poolshoogte nemende ontdekten we Teuntje, onze poes, die het plotseling niet meer voor elkaar kreeg om vanaf het platje van onze benedenburen op onze balkonrand te springen. Dat was voor haar een ontluisterende ervaring die ze echter voortreffelijk verwerkte: namelijk om het na twee keer ook niet meer te proberen. Sindsdien troost ik me met de volgende gedachte: Op het moment dat onze lappenpoes de sprong naar het balkon niet meer haalde had ze er elf jaar op zitten van de achttien die haar zou worden gegund. Ze had dus nog 40 % van haar poezenleven tegoed. Weliswaar bleef haar later enige aftakeling niet bespaard, maar dit alles nam niet weg dat ze uiteindelijk spinnend is heengegaan.

De moraal van dit verhaal is dat enige zelfkennis op dit punt van pas komt. Probeer bij het ouder worden gewoon jezelf te blijven, aanvaard dat iedereen wel wàt mankeert en geniet van alle zaken waaraan blozende jonge mensen nog lang niet toe zijn.

Als u binnenkort op een vroege zondagmorgen een zwetende, kale man met een pet op door de straten van de wijk Bohemen ziet joggen, dan kunt u van één ding zeker zijn: Onder die pet zult u mij niet aantreffen !