Hapsnap

Datum: maandag 29 januari 2007

Het is dat mijn echtgenote de kookkunst redelijk machtig is, anders zou je in Den Haag nog het risico lopen te verhongeren.

Mensen die thuis even niet over de attributen beschikken om een maaltijd te bereiden konden vroeger terecht in een ongecompliceerd eethuis dat ‘Hollands Glorie’ heette. Het was een eetgelegenheid in de Raamstraat en behoorde tot het type dat we nu als no nonsense zouden betitelen. Rijp en groen at daar door elkaar heen aan grote houten tafels. Het dagelijks wisselend menu bestond uit een hoofdgerecht en een toetje. Verschillende  menu’s waren er niet, ik meen me te herinneren dat je rond 1960 voor zoiets ongeveer vijf gulden betaalde.

‘Hollands Glorie’ bestaat niet meer maar er lijkt nog keus genoeg. De praktijk valt echter tegen. In het type Savelberg-restaurant kun je weliswaar op stand eten maar je betaalt dan voor drie sperziebonen en een vliesje kalfsvlees die ze daar vanonder een zilveren stolp vandaan toveren, het bedrag dat een student per maand aan zijn huisbaas afdraagt.

In Seinpost in Scheveningen word je onpasselijk van de nieuwe rijkdom die daar zijn Rollexen en andere statussymbolen zit te etaleren. In het centrum zijn best veel aardige gelegenheden maar overal wordt gerookt en staat de muziek zo hard aan dat het voeren van een gesprek vrijwel onmogelijk is. De meeste Griekse restaurants lijken in bezit genomen door klaverjasclubs en personeelsverenigingen die daar met zoveel platte lol hun giros en souflaki’s zitten te verorberen dat je na het welkomstdrankje meteen al geen trek meer hebt. Dan is er nog het type restaurant waar mensen eten die een te zware hypotheek op hun huis hebben. Het zijn van die met visnetten en saai antiek gedecoreerde achterafgelegenheden waar jonge dertigers met brilletjes aan petieterige naaimachinetafels trendy gerechten zitten te eten. Bij hun vertrek zie je ze al pinnend hun roodstand bij de giro ophogen. Mc. Donalds en aanverwante bedrijven komen bij ons nog niet eens voor overwéging in aanmerking en het culinaire aanbod in het Westland vinden we te ver, vandaar dat er op dagen dat we aan koken niet toekomen er niets anders opzit dan maar naar de snackbar op de hoek te gaan om er daar met een portie patat en een kroket vandoor te gaan.

Eigenlijk tref ik daar de leukste mensen. Als er dan toch met de calorieën gespot moet worden, zo redeneert kennelijk de clièntele van de Hapsnap, dan maar op een leuke manier,  Het is dan ook beslist vermakelijk om te zien hoe een bouwvakker daar grappend en grollend voor dertig euro aan slaatjes en frikandellen staat te bestellen en intussen nog een tray met blikjes bier koud laat zetten. De ongecompliceerde manier waarop dat soort klanten lak staat te hebben aan alles wat voor hun gezondheid goed zou zijn, bezorgt mij een stuk ontspanning die ik in geen enkele andere eetgelegenheid opdoe. De natuurlijke ongeliktheid waarmee zo'n relaxte snackbarbezoeker zijn cholesterolspiegel over de kling jaagt doet me mijn eigen dieet even vergeten en werkt als balsem op mijn bezorgde ziel. Vaak knap je van zo’n streling van het hart meer op dan van de uitgekiende gezondheid van een  calorisch correcte maaltijd.

Soms is de mens een ingewikkeld wezen.