UIt het leven van Johann Willem Hendrik Lemckert (1819-1884)

foto j w h lemckert 1819 uitgesneden.jpg

  

16 mei 1819 - 23 juli 1884.

 

JWH werd in Rijswijk (ZH) geboren en was de oudste zoon van Johan Theodorus Lemckert (29 juli 1789-18 november 1862) en Sara Willemina van den Bergh (19 februari 1792-12 januari 1873).

 

Het ligt voor de hand dat  zijn geboorteplaats te maken heeft met het feit dat zijn moeder een inwoonster van Rijswijk was, hoewel ze kort voor haar huwelijk ook nog even in Den Haag gewoond heeft. Haar vader Willem was echter een in Loosduinen gedoopte man. De familie Van den Bergh woonde eerder in Loosduinen en ‘op’ Monster. Vader Johan Theodorus laat bij de geboorteaangifte in Rijswijk vermelden  dat hij tuinman is. Vóór die tijd had hij o.a. in Duitsland gewoond waar hij zijn moeder (die op enig moment na het overlijden van haar echtgenoot naar haar geboortestreek was terugkeerd) tot haar overlijden verzorgd had. Eveneens in deze periode heeft hij wat hand- en spandiensten verricht  voor Baron van Reede te Ter Aa van wie hij in augustus 1818 een getuigschrift meekreeg. Op 24 februari 1819 is hij vervolgens in Den Haag  met Sara Willemina van den Bergh getrouwd. Het kerkelijk huwelijk werd bevestigd in de Haagse Grote Kerk.

 

JWH wordt op zondag 6 juni gedoopt in de Oude Kerk van Rijswijk en 'door zijn moeder zelve ten doop aangeboden'. Al spoedig daarna verhuist het gezin naar Rotterdam waar zijn vader  rond 1821 voor korte tijd winkelier aan de Delftse Vaart is.[1] De locatie onder die naam is er nog steeds doch werd na  wereldoorlog II als gevolg van het bombardement van Rotterdam volledig nieuw herbouwd. Het verblijf in Rotterdam is kennelijk niet succesvol geweest want tussen 1823 en 1827 wordt zijn vader  resp. als winkelier, barbier  en arbeider  in Wateringen aangetroffen. Ze woonden daar twee huizen naast het pand op de hoek van de Herenstraat en het Kerkplein dat toen waarschijnlijk al een bakkerij was en nu nog wordt bezet door de Wateringse bakker Roodenrijs. In 1830  verhuist het gezin naar  Loosduinen.  Verdere gegevens over het ouderlijk  huis treft U onder de gegevens van  vader J. Th. uit 1789.

 

Het vermoeden bestaat dat de verhuizing  naar Loosduinen te maken heeft met het feit dat J.Th's zwager Andries van der Gaag (getrouwd met een zuster van J.Th's  vrouw Sara Willemina) een belangrijke functie als wethouder en loco burgemeester vervulde in Loosduinen. Hij zal voor zijn tot dusver niet bijster succesvolle zwager  een baantje hebben geregeld als klapwaker en 'vullesman' in Loosduinen.

 

JWH wordt als lid van de Ned. Herv. Gemeente in Loosduinen aangenomen op 6 april 1838. Deze belijdenis wordt bevestigd in de namiddagdienst van 8 april daaropvolgend. In totaal doen twaalf cathechisanten belijdenis. Predikant was toen ds. Gijsbertus van Schelle. In september 1839 vertrekt JWH in het kader van de Nationale Militie met attestatie naar Nijmegen.  Uit een militair stamboek uit 1840 blijkt hij gelegerd te zijn in een batillon in Grave waar hij staat genoteerd als Korporaal 2de Bataillon, 2de afdeling Infanterie

Op 24 juni 1845 komt hij terug met attestatie van Bergen op Zoom, ook dat is jarenlang een garnizoensplaats geweest. Tussendoor wordt hij nog gesignaleerd als  arbeider in Leiden, waarover tot nog toe geen nadere gegevens gevonden konden worden.

In het boekje “Loosduinen rond 1840” wordt JWH in 1847 genoemd als assistent van de wnd. brandmeester bij de zuigpomp. In  hetzelfde jaar 1847 is JWH intekenaar voor een gedachtenisboek dat werd geschreven door de Haagse predikant Ds. D. Molenaar. Deze was een orthodox predikant die zich tijdens zijn periode in Den Haag nadrukkelijk verzette tegen de vrijzinnige geest die destijds binnen de toenmalige Nederlandsche Hervormde Kerk rondwaarde. Lemckerts naam (hij was toen arbeider) valt op tussen de vele intekenaren van aanmerkelijk hoger rang of stand. Wel waren er meer intekenaren vanuit Loosduinen. Het zit er dik in dat deze geestverwanten nogal eens de voettocht naar de stad hebben ondernomen om Ds. Molenaar te horen preken.

 

JWH zou in zijn leven drie huwelijken sluiten; het eerste op 11 mei 1850 met Magdalena Krul, het tweede op 6 juni 1852 met met Anna Wolters en het laatste op  10 october 1858 met Elisabeth Westbroek.  Bij elkaar  zal hij vader van 23 (dode en levende) kinderen zijn. Zijn eerste kind (een jongen) noch zijn moeder Magdalena brengen het er levend af. Ook Anna Wolters zal na krap zes jaar huwelijk in het kraambed sterven. Ze heeft dan wel vier kinderen op aarde gezet, waaronder één jongen, die onze grootvader zou worden. De veel jongere Elisabet, Hendriks derde echtgenote, schenkt hem in totaal 18 kinderen waarvan vele (zeer) jong stierven. In de mannelijke lijn zullen er van Hendrik in totaal slechts drie jongens in leven blijven die voor nakomelingschap kunnen zorgen. Dat zijn: Johan Theodorus (1857-1926), onze grootvader,  Johan Willem Hendrik (1865-1928  (de stamhouder van de thans als Loosduinse- bekend staande tak 'Ome Hendrik')  en Pieter (1882-1942). Omdat Pieter slechts dochters krijgt  zijn het dus de kinderen van de eerste twee die de Loosduinse tak, althans wat betreft de protestanten onder hen, hebben voortgezet.

 

Te zelfder tijd was ook JWH’s broer Arie Antonie kandidaat om voortgeslacht te leveren. Welnu, dat is gebeurd: AA zou in1854 met een katholieke vrouw trouwen en vanuit dat huwelijk aan een groot nageslacht bijdragen. Die vele nakomelingen vormen de zgn. ‘roomse’ tak, een zeer uitgebreide groep Lemckerts die aanvankelijk in Den Haag hun bestaan opbouwden.  Opvallend is dat deze Arie Antonie  na het overlijden van zijn vrouw (in 1886) in 1888 hertrouwt met een protestantse vrouw als gevolg waarvan hij in 1913 toch protestants sterft en begraven wordt. Zijn weduwe, Hendrika Alida Reijnhoudt zal tot haar dood in het Gereformeerde Rusthuis aan de Scheeperstraat wonen.

 

Over het reilen en zeilen uit die jaren van JWH in Loosduinen of elders is niet zoveel concreets voorhanden. Uit de gegevens die wij het in het Haags Gemeentearchief  over hem konden vinden  blijkt hij zo nu en dan als aangever of getuige betrokken te zijn bij geboorteaangiftes zoals in 1853 en 1854 (in totaal drie maal). In twee gevallen betreft dit (waarschijnlijk) een pasgeboren kind bij zijn buurman, de bakker. Bij de huwelijksvoltrekking van mandenmaker Oepke Schuil en Jantje Bloemendaal in 1862 treedt hij op als getuige. Zijn aanwezigheid zal verband houden met de goede relatie die hij met Oepke had. Schuils naam komen we regelmatig tegen bij verkiezingen binnen de kerkenraad. Eerder al, in 1857, hadden JWH en zijn vrouw Anna Wolters al eens samen met Oepke Schuil en diens eerdere echtgenote een kind laten dopen in de Loosduinse Dorpskerk. Zeer zeker is dat hij zich naast zijn werk als dorpswinkelier tot aan zijn eigen overlijden bezig hield met het regelen van begrafenissen. Dat zal hij waarschijnlijk vanaf ongeveer 1853 als professionele bezigheid ter hand genomen hebben. Alleen al in de periode tussen 1853 en 1871 wordt hij in de overlijdensactes van de Burgerlijke Stand van Loosduinen zesendertig keer als aangever genoemd. Voor de periode tussen 1871 en 1884  moet dat nog worden nagekeken.

 

Duidelijk is ook dat hij vanaf de late jaren zestig functies kreeg binnen de Hervormde Gemeente van Loosduinen die samenkwam in de Dorpskerk, nu als Abdijkerk bekend staand. Van de Hervormde Gemeente wordt het archief bewaard in het Gemeentearchief. Wij putten wat uit de diverse notulenboeken en andere gegevens waarin zijn naam genoemd wordt maar zullen allereerst proberen de structuur van de Nederlandse Hervormde Kerk van die dagen een beetje uit de doeken te doen.

Welnu, de zakelijke belangen van de kerkelijke gemeente werden in JWH's tijd waargenomen door het College van Kerkvoogden en Notabelen. Naast de notabelen was er ook een even grote groep Plaatsvervangend Notabelen. Notabelen werden gekozen door de stemgerechtigde leden, dat konder er 900 of meer zijn. Zo'n stemming werd  door de notabelen zelf georganiseerd die voor zoiets een stembureau  instelden. De officiële benoeming geschiedde door een Provinciaal College van Toezicht. Kerkvoogden werden na stemming door de Notabelen benoemd voor een periode van zes jaar. Na iedere stemming werd daarvan proces verbaal opgemaakt welke door de voorzitter en de secretaris van de Notabelen werd ondertekend. In het archief komen we JWH veel tegen in de functie van secretaris van de Notabelen maar ook als kerkvoogd en diaken. Kennelijk konden de notabelen ook uit hun eigen midden een kerkvoogd kiezen. Mogelijk heeft JWH tussen de periodes van notabele/kerkvoogd door het ambt van diaken vervuld, zelfs gelijktijdig, alhoewel dat ons enigszins apocrief overkomt. In ieder geval beslaat de periode dat Hendrik Lemckert binnen de kerkelijke organisatie een functie vervulde, een tijdsspanne van veertien jaar.  Eind 1865 wordt hij benoemd tot Plaatsvervangend Notabele terwijl hij begin 1881 op eigen nadrukkelijk verzoek om hem niet her te benoemen afscheid neemt als diaken. Dat is drieëneenhalf jaar vóór zijn overlijden.

 

Op 4 oktober 1856  gaat er een schrijven door de gemeente waarin gemeld wordt dat de reparatie aan het orgel van de kerk veel duurder is uitgepakt dan aanvankelijk begroot was. Aan gemeenteleden wordt gevraagd middels een gift óf een renteloze lening soelaas te bieden. Lemckert zegt een gift toe van ƒ 5.--, geen geweldig bedrag t.o.v. ƒ 100.-- door sommige rijken toegezegd alhoewel de meeste bedragen tussen de ƒ 1.- en ƒ 15.- schommelden. Tot verzachting kan worden gezegd dat JWH toen nog maar vier jaar als zelfstandig winkelier bezig was; dat zal nog geen vetpot geweest zijn.

 

Inzoemend op krantenadvertenties uit die tijd valt ons al vanaf 1866 (Alg. Handelsblad) naamsvermelding van Lemckert op in advertenties voor Lofodinsche Levertraan. Zo’n fles kostte 80 cts. Ook werd J.W.H. Lemckert te Loosduinen  regelmatig genoemd in advertentiesvan ‘Van Houweninge en Visser’, dat waren theeverkopers. Op Internet zijn tientallen van deze advertenties op te zoeken. Wij sloegen een aantal op van het Alg. Handelsblad, en De Tijd, respectievelijk van 1866 en 1876.

 

Rond 1877 doet JWH een poging om uit het te liquideren grondbezit van het buiten 'Rusthoek' (na het overlijden van Dirk Rudolf Gevers Deynoot in 1877) een stuk grond aan te schaffen dat in de nabijheid van zijn winkelpand lag. Dit stuk grond heeft vermoedelijk gelegen op de plek waar de Litztstraat nu de Arnold Spoelstraat kruist. Hij was de hoogste bieder voor een bedrag van ƒ 10900.-- en ontving  een premie (trekgeld)  van ƒ 109.-- (dat was een heel bedrag destijds!). Helaas kreeg hij het stuk grond niet in zijn bezit omdat bij afslag een andere koper hem voor was. De transactie geeft echter aan dat JWH in de vijfentwintig jaar dat hij na zijn huwelijk met Anna Wolters zelfstandig ondernemer was geworden, zichzelf  tot redelijke welstand had gebracht. Anders had hij nooit tot zo'n transactie kunnen komen.

 

In augustus 1878 behoort JWH tot de ondertekenaars van het zgn. Volkspetitionnement, een reactie op de nieuwe wet voor het lager onderwijs in die dagen

 

Op woensdag 6 november 1878 treedt  hij aan in een voorlopig bestuur voor een School met de Bijbel. Op 26 december verkiest men hem tot 2e secretaris..

 

In ons bezit is een briefkaart waarin JWH Haarlemmer olie bij een fabriek bestelt. Dit document dateert van 21 februari 1883, ruim een jaar vóór zijn dood  op 23 juli 1884. Nadere vergelijking leert dat dit document wel met zijn naam is ondertekend maar geschreven moet zijn door zijn echtgenote. In die tijd hanteerden gehuwde dames vaak de naam van hun echtgenoot. Aan zijn overlijden zal waarschijnlijk geen lang ziekbed voorafgegaan zijn. Nog een maand vóór zijn eigen overlijden (op 21 juni 1884) geeft hij op het gemeentehuis nog het overlijden van een ander aan.

adv. overl. jwh 1819.jpgZijn overlijden op 23 juli wordt op het Gemeentehuis aangegeven door de al veel genoemde J. D. de Bruijn Legner samen met diens zwager Pieter van der Gaag, die tevens een volle neef van JWH was. De begrafenis vond plaats op 26 juli 1884 achter de NH Kerk in een tweede-klasse (huur)graf, genummerd 9 no 1. Lemckerts overlijden wordt aangekondigd in De Standaard van 26 juli 1884 en in het Rotterdams Nieuwsblad van 28 juli 1884. In De Standaard volgt een dankbetuiging op 9 augustus van dat zelfde jaar.

 

Uit de gegevens die ons ten dienste staan komt JWH naar voren als een actieve, sociaal denkende man voor wie naast zijn eigen werk geen moeite teveel is. Dit maken we op uit zijn activiteiten als vrijwillig brandweerman, zondagsschoolleider, diaken, notabele en zowel secretaris als penningmeester van de kerkvoogdij. Uit het feit alleen al dat hij als jonge man keurig zijn attestatie laat verhuizen  en zelfs inschrijft op een geestelijk traktaat van een Haagse predikant zou je kunnen opmaken dat hij destijds een meelevend lid was van de Nederlandsche Hervormde Kerk. In kerkenraadsverslagen wordt zijn naam veelvuldig genoemd. De Doleantie heeft hij niet meer meegemaakt maar waarschijnlijk zou hij (evenals zijn kinderen later) daarin zijn meegegaan.

 

Zijn weduwe (overleden in 1895) is destijds waarschijnlijk niet  meegegaan in deze ontwikkeling. Waar de namen van haar kinderen ontbreken op de lijst van stemgerechtigde leden van de Hervormde Gemeente, blijft haar naam tot haar overlijden genoemd.  

 

Lemckert was ook als omroeper en afslager in het dorp actief. Mogelijk houdt dat verband met de functie van klapwaker die zijn vader elf jaar in Loosduinen heeft uitgeoefend. Klapwakers en omroepers bedienden zich beiden van een bord waarop klapwakers tot drie keer toe het hele uur aangaven. De laatste gong, nog bediend door JWH's  kleinzoon JWH (1900-1977) is nog in bezit van de familie.

Bekend is dat JWH Lemckert als afslager fungeerde bij de veiling in 1883 waarop de nalatenschap van de met de noorderzon vertrokken burgermeester De Voogt werd geveild. Deze functie is binnen de familie gebleven tot en met de bovengenoemde kleinzoon.

 

Jan Dirk de Bruijn Legner (1816-1895)

 

Deze figuur, de plaatselijke 'heler' trekt voor een groot gedeelte van zijn leven samen met JWH op. De Bruijn Legner was als vierendertigjarige reeds getuige bij het eerste huwelijk van JWH. Alhoewel we niet op de hoogte zijn van hun verdere relatie als privé personen,  valt het op hoe hun beider naam talloze keren opduikt bij kerkelijke- en/of maatschappelijke aangelegenheden. We zullen vanuit de notulenboeken van de Hervormde Gemeente van Loosduinen trachten dit zoveel mogelijk in kaart te brengen. Opvallend is ook weer dat dat De Bruijn Legner op 9 mei 1894 optreedt als ambtenaar van de Burgerlijke Stand als twee kinderen van Hendrik, namelijk Johann Theodorus en zijn halfzus Carolina Elisabeth tegelijk (op dezelfde dag dus) in het huwelijk treden. Hendrik zelf was daar niet meer bij want in 1884 reeds overleden.

 

JdBL wordt op 20.2.1861 tot ouderling gekozen. Op 9.12.1864 wordt hij herkozen. Op 9.12. 1867 wordt hij (na enige aandrang) wederom hernoemd. In december eindigt zijn ouderlingschap.

Op 8.12.1871 wordt hij (weer) als ouderling benoemd..

 

Op 26.12.1867 om 14.00 uur zingen 100 kinderen der zondagsschool. Ze zongen de kerstliederen van Ds. van Eik o.l.v. de diakenen P.v.d. Gaag Andr.zn, A. van Zwieten de Blom en ouderling J.D. de Bruijn Legner. Ds. J.J. Eigeman opende met gebed en gaf toespraken tussen het zingen. In aanwezigheid van vele leden der gemeente, waarna de kinderen een gepast boekje ten geschenke werd gegeven.

N.B. Ds. Jan van Eyk was in 1822 reeds overleden.  Precies een jaar later wordt dat nog eens net zo overgedaan.

 

Henk Lemckert

 

(29 januari 2016 wordt vervolgd/aangevuld)

 



[1] In een oud adresboek van Rotterdam uit dit tijd wordt J.Th’s verblijf daar zichtbaar. Ook uit de doopinschrijving van JWH's zusje Margaretha wordt Joh.Th's locatie in Rotterdam bevestigd.